Examenvragen gebruikersbepalingen F

Hier staan examenvragen betreffende de gebruikersbepalingen voor zendamateurs. De meeste vragen komen uit daadwerkelijk afgenomen F-examens voor zendamateurs van de afgelopen jaren, maar zijn ook goed oefenmateriaal voor personen die voor het N-examen opgaan.
Je krijgt 20 vragen uit de database en hebt een half uur de tijd deze in te vullen.

Na het invullen klik  je op klaar en kun je je resultaten bekijken en delen op Twitter en/of Facebook

(op voorbehoud van fouten)

Vraag #1: In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor: “( – X -): eigenschap van apparaten, om op bevredigende wijze in hun elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die omgeving bevindt.” In plaats van ( – X -) staat:
Vraag #2: Het woord “EXPORT” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:
Portugal, Ontario, Xantippe, Oslo en Radio behoren niet tot het voorgeschreven spellingsalfabet (Papa, Oscar, X-ray, Oscar, Romeo behoort het te zijn)
Vraag #3: Een amateur met N-registratie heeft een zendinstallatie die 20 Watt levert aan een antenne die met de kabel en connectorverliezen meegerekend, een versterking heeft van 10 maal, dit is:
Een amateur met N-registratie mag maximaal 25 Watt uit de versterkertrap die aan de antenne is gekoppeld laten komen. Het effectief uitgestraalde vermogen (ERP) is niet opgenomen in de beperkingen voor zendamateurs. Voor commerciële doeleinden (zoals wifi, pmr en omroep) is het effectief uitgestraalde vermogen wel vastgesteld.
Vraag #4: Tijdens een amateurradio-uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgdragen dat:
Vraag #5: Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.
Vraag #6: Juist is:
Vraag #7: De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:
Onjuist: gehele continent Amerika, Regio III is het oostelijk deel van Azië en Australië
Vraag #8: Het gebruik van amateurtelevisie met een bandbreedte van 6 MHz is toegestaan:
De banden onder de 70 cm hebben een bandbreedte kleiner dan 6 MHz, de 70 cm band is de laagste band die breder is dan 6 MHz, de banden die erboven zijn ook breder, hier is amateurtelevsie met een bandbreedte van 6 MHz mogelijk.
Vraag #9: Een enkelzijbandzender wordt gebruikt voor het uitzenden van morsetekens. De klasse van uitzending is:
J is enkelzijband en A is morse
Vraag #10: Bij onderzoek naar aanleiding van een klacht blijkt dat uw amateurzender storing veroorzaakt in een mobilofoonkanaal van de politie. De minister van Economische Zaken is in dit geval bevoegd: 1. het amateurapparaat in beslag te nemen en op uw kosten te vernietigen. 2. een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen.
Vraag #11: Bewering 1: Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F3E. Bewering 2: Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst. De klasse van uitzending is F1B. Wat is juist?
Vraag #12: De wetgever onderscheidt registratie in de categorieen F en N voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs. Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane:
Vraag #13: Het is de radiozendamateur in alle gevallen toegestaan het amateurstation te gebruiken om informatie uit te zenden:
Berichten van derden en van commerciële aard zijn verboden om uit te zenden door zendamateurs. Ook het versleutelen van berichten is niet toegestaan.
Vraag #14: De Amateurdienst wordt uitgeoefend door bevoegde personen: 1. die geïnteresseerd zijn in de radiotechniek 2. met uitsluitend een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse
Als je een N of F - radioexamen met succes hebt afgelegd en je geregistreerd bent bij het AT, ben je een bevoegd de amateurdienst uit te oefenen.
Vraag #15: Bij het toepassen van fasemodulatie in een zender voor de overdracht van een telefoniesignaal is de klasse van uitzending:
Vraag #16: lARU-bandplannen dienen om:
De bandplannen zijn er voor om het amateurradioverkeer in goede banen te leiden, maar zijn niet bindend. Bindend zijn de frequentielimieten opgelegd in de beperkingen. Je mag op 14.070 MHz (volgens bandplan voor digitale modes)  in phone uitzenden, het wordt alleen niet gewaardeerd door andere zend- en luisteramateurs.
Vraag #17: Een zendamateur zendt uit in de klasse J3E (EZB). Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende, bedraagt 100 watt. Volgens de ” gebruikersbepalingen” is het zendvermogen:
Vraag #18: In de ”gebruikersbepalingen” is onder meer bepaald dat de radiozendamateur:
bij een vossenjacht en bij een Atof voor repeaters mag het amateurstation verlaten zijn.
Vraag #19: De roepletters PA1 HDT/P worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:
Dandy, Telecom en Post komen niet voor in het voorgeschreven spellingsalfabet
Vraag #20: Een radiozendamateur met een registratie in de categorie F maakt zijn verbindingen in de 20-meter amateurband. Zijn zender kan een zendvermogen leveren van maximaal 600 watt. Het gebruik van deze zender is:
Je mag apparatuur gebruiken die meer dan 400 Watt kan leveren, maar deze moet dan ingesteld staan op maximaal 400 Watt, of 25 Watt bij een N-registratie

Volgende