F-menu

geüpdatet 21 november 2019

Naast het reguliere menu dat je na het instellen niet zo vaak zult gebruiken, is er ook het F-menu dat je regelmatig zult gebruiken. De instellingen zijn te wijzigen via het touch-screen.

Links het eerste menuscherm in FM, met linksboven “meter”. Met de knoppen FWD en BACK ga je naar het volgende of vorige menu.

Door op een item te drukken kun je de instellingen wijzigen door middel van de multi-knop, dat is de knop onder de mode knop.

Meter:  Hier kun je kiezen wat de meter tijdens het zenden aangeeft, de staande golf verhouding (SWR), compressie (COMP), opgenomen stroom (IDD), de spanning (VDD), het uitgezonden vermogen (PO) en ALC.

RF PWR:  Het uitgezonden vermogen, in de meeste banden in te stellen tussen 5 en 100 W, op VHF en UHF tot 50 W

MIC GAIN: ingangs signaal van de microfoon instellen

SWEEP: 1 seconden ingedrukt houden om de watervalof het spectrum in real-time te zien, nog een keer aantoetsen om de waterval of het spectrum stil te zetten.

DT GAIN – Instellen van het digitale ingangssignaal bij digitale modes (is grijs bij fm en c4fm)

CH DIAL – De stapjes waarin de frequentie  verandert als aan de multiknop wordt gedraaid. Let wel, als FAST is ingesteld, zullen de stappen 10 maal zo groot zijn.

Home – De thuisfrequentie met bijbehorende instellingen. Om de thuisfrequentie te wijzigen druk je op Home nadat je band hebt geselecteerd waarvan je de thuisfrequentie wilt opslaan, druk de band toets in en druk op ENT en je kiest de nieuwe Thuisfrequentie, druk nogmaal op ENT en de frequentie is opgeslagen. Je kunt drie thuisfrequenties instellen, voor HF, 2 meter en 70 cm.

SQL – De squelch, in te stellen tussen 0 en 100.

MCH – Memory Channel – Om een geheugenkanaal op te roepen zet je de tranceiver in memory mode met de V/M knop, linksboven in het scherm verschijnt dan MEM met een kanaalnummer erachter. Druk op de F(M-list) toets en s en druk daarna op MCH; door nu aan de multiknop te draaien kun je het geheugenkanaal opzoeken.

GRP – werkt alleen als menu 34 geactiveerd is, zie hier de functie scannen van groepen

DEC / DEL – toets deze toets even aan en het contest nummer wordt met 1 verlaagd.

SCAN – Zet het scannen in werking of stopt het scannen

RPT – De repeater shift richting, + is hoger zenden dan de ontvangstfrequentie, is lager zenden dan de ontvangstfrequentie. Bij simplex zijn de ontvangst en zendfrequentie gelijk. Niet beschikbaar onder de 28 MHz en alleen bij FM

REV – schakelt de ontvangst en zendfrequentie, in repeater of duplexmode, om. Niet beschikbaar in simplex mode

T.CALL – Zendt in repeatermode kortstondig een 1750 Hz toon uit om een repeater te openen (oud systeem, meestal gebruiken repeaters een subtoon om geopend te worden) (werkt bij niet in de memory mode, alleen in vfo, ontwerpfout?)

TONE /DCS – Stelt de tooncode in. Off is uit, bij ENC wordt alleen de subtoon uitgezonden, bij CTCSS wordt de toonsquelch ingeschakeld, alleen signalen die een tooncode meezenden worden hoorbaar. D ENC de digitale tooncode wordt uitgezonden en DCS de digitale toonsquelch wordt ingeschakeld. Op Nederlandse repeaters wordt alleen de analoge tooncode gebruikt

MUTE – Door deze toets aan te tippen en vast te houden wordt het geluid in het geheel gedempt

GM – werkt alleen in c4fm, heeft iets met digitale geheugenkanalen te maken, te weinig tegenstations met c4fm om dit uit te proberen

AMS – werkt alleen in c4fm. Als deze functie is ingeschakeld herkent de tranceiver automatisch de mode waarin ontvangen wordt, DN, VW of Analoog. In DN wordt zowel data als spraak verzonden, in VW wordt alleen spraak uitgezonden wat leidt tot een beter audiokwaliteit. AN is analoog

X – werkt alleen in c4fm, hiermee koppel je de set aan een netwerk op de repeater

DIGITAL – werkt alleen in c4fm, keuze uit DN en VW, zie hierboven bij AMS

TONE – De tooncode kun je hier instellen voor de subtoon bij het openen van repeaters. . Tik deze toets aan en kies met de multi knop de juiste tooncode

DCS – Hetzelfde als bij TONE maar dan voor de digitale tooncode, wordt in Nederland bij repeaters niet gebruikt.

CH1 CH5 – werkt niet in fm – opname van call of andere herhalende tekst. Toets MEM aan, rec gaat in rood knipperen, toets dan CH1 aan en druk de ptt-toets op de microfoon in. Spreek onmiddellijk de tekst in en laat de ptt-toets los en toets MEM aan. Als je nu CH1 aanraakt zal de opgenomen tekst afgespeeld worden. Als je in een ander F-menu scherm BK-IN op ON zet wordt deze opname uitgezonden.

MEM – gebruik je in combinatie met CH1 tot en met CH5

SWAP F1 tot en met SWAP F4  – Hiermee kun je de sneltoetsen in de onderste rij van het F-menu toewijzen. Toets een SWAP toets aan en zoek binnen enkele seconden de een functie in het scherm die de sneltoets moet bevatten.

Zie verder uitleg met filmpje hier op de website.  De twee toetsen in het midden zijn blanco, dit ligt niet aan de set maar hoort zo.

 

NAR/WIDE: In FM kun je de bandbreedte kiezen, Narrow 9 kHz en Wide 16 kHz. Zowel het zenden als ontvangen zal in Narrow of Wide plaatsvinden.  In de andere modes kun je de bandbreedte wel zelf instellen. Toets NAR/WIDE, als je Narrow kiest toets je FWD en op dat volgende scherm toets je WIDTH. Met de multiknop stel je de juiste waarde in. Hetzelfde doe je als je WIDE hebt gekozen. Als je de bandbreedte groter dan 2000 Hz kiest, zal in de NAR/WIDE knop alleen het aantal kilohertzen worden weergegeven, waarom is een raadsel. Dit is een soort van sneltoets om snel van bandbreedte te kunnen wisselen.

NB : Noise blanker aan en uit

AGC; Gedrag van de automatische gain controle, deze kun je op Fast, mid, slow  en auto zetten. Auto verdient in de meeste gevallen de voorkeur. Je kunt de AGC ook helemaal uitzetten door de AGC 2 seconden ingedrukt te houden. (staat niet in de handleiding) Soms gaat er door onvoorziene omstandigheden (meestal veroorzaakt door usb apparatuur op de computer) de AGC uit op een bepaalde band of mode, je hebt dan bijna geen ontvangst meer. Je kunt de AGC weer inschakelen door AGC 2 seconden aangedrukt te houden.

5/10 Hz : stapgrootte in ssb

ATT: Signaalverzwakker aan of uit

IPO: ontvangst voorversterker uit (IPO), versterking matig (amp 1) en versterking sterk (amp 2), voorkeur IPO

NOTCH: aantikken en met de multiknop het notchfilter instellen tussen 10 en 3200 Hz

CONT: Contourfilter, werkt erg goed om achtergrondruis te verminderen terwijl audio wel verstaanbaar blijft. In te stellen tussen 10 en 3200 Hz ( bij mij werkt 1800 Hz prettig)

DNR: Digitale ruis reductie. In te stellen tussen 1 en 15 met de multiknop, maar door DNR aan te raken kun je hem ook op OFF zetten.

DNF: Digitale Notch Filter, wanneer tijdens de ontvangst meerdere storende signalen worden ontvangen, kan de Digital Notch Filter het niveau van deze signalen aanzienlijk verlagen.

SHIFT: In te stellen tussen -1200 en + 1200 Hz met de multiknop. Met deze functie verhoog of verlaag je de dsp doorlaatfilters, zonder de toonhoogte van het signaal te veranderen. Werkt alleen in ssb.

WIDTH: Hiermee stel je de bandbreedte in, ook  van het vorige scherm de  NAR/WIDE functie

MOX – Als je de MOX aantikt gaat de tranceiver zenden, nogmaals aantikken en het uitzenden stopt.

VOX – Met de VOX ingeschakelt begint de transceiver met zenden zodra er geluid via de microfoon wordt opgevangen. Je kunt de gevoeligheid van de VOX instellen in menu 143. De tijd dat de VOX blijft “hangen” na gesproken woord, kun je instellen in menu 144. VOX kan ook op data werken, in menu 142 stel je dan data in, het signaal dat dan via de data-ingang binnenkomt is dan leidend voor het in werking gaan van de zender. De Anti vox gain van menu 145 kun je instellen zodat de zender niet reageert op ongewenste geluiden.

APF – werkt alleen in CW – stelt het audiopiekfilter in of uit.

Moni – Monitor functie, waarbij je jezelf hoort als je in de microfoonspreek. Off en in te stellen met de multiknop tussen 0 en 100. Werkt op SSB en CW.

MIC-EQ – Zet de microfoon equalizer aan of uit. In te stellen de menu’s 119 tot en met 127. Geldt alleen als de PROC (spraakprocessor) uit staat. Alleen AM en SSB.

PROC – Spraakprocessor, in te stellen op uit en tussen 0 en 100. Andere instellingen in de menu’s 128 tot en met 136 (microfoon equalizer voor als de PROC aan staat. Alleen AM en SSB.

Alle functies in dit scherm zijn voor CW.

ZIN – Schakelt bij CW het Auto Zeroing System in, hierbij wordt afgestemd op dezelfde frequentie van het tegenstation, met een toon op dezelfde toonhoogte.

SPOT – Bij CW – zet monitorfunctie aan (1 scherm terug), toets spot aan, de uitgezonden toon is nu hoorbaar uit de tranceiver.

Pitch – Hiermee kun je de CW toonhoogte ten opzichte van de centerfrequentie instellen tussen 300 en 1050 Hz

Keyer : Zet de ingebouwde elektronische seinsleutel aan.

BK-IN – schakelt de break-in in of uit

Speed – het woorden dat geseind wordt als de ingebouwde elektronische seinsleutel aan staat. BK-IN moet dan ook op aan

 

 

 

Hits: 105